Een ijsje blijft een ijsje. Tot je het serveert in een klein keramisch wc-potje, onder een acht meter hoge toiletpot, naast een glijbaan door een afvoerbuis. Karls Erlebnis-Dorf laat in Oberhausen zien hoe een doodgewoon product onderdeel wordt van een veel groter verhaal. Maar precies daarin zit de les van de beleveniseconomie: een gek bakje alleen maakt nog geen sterk belevingsconcept.
In het Ruhrgebied weten ze wat een Pott is. Bij Karls Erlebnis-Dorf in Oberhausen nemen ze dat inmiddels behoorlijk letterlijk.
In het Pipi-Kaka-Land staat een gigantische toiletpot. Kinderen glijden via een afvoerbuis naar beneden, en in diezelfde thematische omgeving wordt softijs verkocht in kleine keramische wc-potjes. Het potje mag na afloop mee naar huis.
Een product dat vrijwel iedereen kent, wordt daarmee ineens iets waarover mensen praten, foto’s maken en dat ze als souvenir meenemen.
Dat klinkt bijna te eenvoudig. En dat is het ook.
Is een gek bakje genoeg voor de beleveniseconomie?
Zet morgen bij een willekeurige ijssalon hetzelfde keramische wc-potje op de toonbank, en de kans is groot dat het vooral een grap blijft.
Het succes zit niet in het object.
Bij Karls is het ijs onderdeel van een veel grotere geënsceneerde wereld. Pipi-Kaka-Land heeft een enorme wc als blikvanger, een glijbaan door de afvoer, waterspel, interactieve elementen en zelfs toiletten die binnen hetzelfde verhaal zijn vormgegeven.
En ook Pipi-Kaka-Land staat niet op zichzelf. Het maakt deel uit van Karls Erlebnis-Dorf Oberhausen, een terrein van circa 46.000 vierkante meter waar attracties, horeca, winkels, ambachtelijke productie en opvallende productconcepten met elkaar zijn verweven. Bezoekers kijken er in een keuken waar jam wordt gemaakt, een snoepmakerij, een kaarsenmakerij en een bakkerij, eten bij verschillende thematische horecaconcepten en winkelen in de grote Manufakturen-Markt.
De wc met ijs is dus geen los product. Het is één contactmoment binnen een compleet belevingsconcept.
En juist dat verschil is belangrijk voor ondernemers.
Wat verandert er door de beleveniseconomie?
Het interessante is wat er niet gebeurt: Karls hoeft geen nieuw voedingsproduct uit te vinden. Het blijft softijs.
Wat verandert, zijn de context, de verpakking, de naam, de omgeving en het verhaal.
Een normaal softijsje wordt gegeten en vergeten. Een ijsje dat je uit een kleine toiletpot lepelt terwijl achter je kinderen uit een gigantische wc-afvoer glijden, wordt een herinnering.
Het product krijgt daardoor meerdere functies tegelijk: consumptie, entertainment, fotomoment, gespreksonderwerp en souvenir, allemaal in één hap.
Daarmee komt het klassieke principe van de beleveniseconomie ineens heel dichtbij: economische waarde ontstaat niet alleen door wat je levert, maar ook door hoe de gast het ervaart.
Bedacht Karls dit zelf?
Karls was zeker niet de eerste ondernemer die ontdekte dat eten en toiletten commerciële aantrekkingskracht kunnen combineren.
In Taiwan ontstond al in 2004 het restaurantconcept dat later bekend werd als Modern Toilet. Daar werd het toilet niet als grappig detail gebruikt, maar vormde het de basis van bijna het hele restaurantconcept: gasten zitten op toiletten, en gerechten en desserts worden geserveerd in sanitairvormen.
Zelfs het idee om ijs uit een mini-toilet te serveren bestond dus al lang voordat Pipi-Kaka-Land verscheen.
Dat doet niets af aan wat Karls doet. Integendeel: het laat misschien wel de belangrijkste les zien voor recreatieondernemers. Je hoeft een idee niet als eerste te bedenken. In de beleveniseconomie zit de kracht in de manier waarop je het vertaalt naar je eigen concept en het consequent doorvoert.
Wanneer wordt een gimmick een concept?

Een keramische toiletpot met ijs is een gimmick. Binnen de beleveniseconomie krijgt die pas waarde als hij past bij het totale verhaal.
Een keramische toiletpot met ijs in een wereld waarin naamgeving, gebouw, attractie, horeca, humor, souvenir en communicatie allemaal hetzelfde verhaal vertellen, wordt een concept.
En dat concept moet op zijn beurt weer passen binnen de grotere identiteit van het bedrijf. Bij Karls draait alles om ontdekken, proeven, spelen, productie bekijken, kopen en steeds weer iets nieuws tegenkomen. De bezoeker beweegt voortdurend tussen recreatie, horeca en retail. Oberhausen is bovendien het eerste Karls Erlebnis-Dorf midden in een grote stad, direct bij Westfield Centro.
Daardoor is het Pipi-Kaka-Eis geen vreemd product dat toevallig ergens wordt aangeboden. Het voelt logisch binnen de speelse, licht absurdistische wereld die Karls heeft gecreëerd.
Wat verkoop jij eigenlijk?
Voor een recreatieondernemer is daarom niet de vraag: waar kan ik ook zo’n wc-potje kopen?
De beleveniseconomie begint met een interessantere vraag: welk gewoon product in mijn bedrijf kan onderdeel worden van een bijzondere ervaring?
Misschien verkoop je koffie. IJs. Een pannenkoek. Een streekproduct. Een overnachting. Een fietstocht. Of een toegangsbewijs.
Het product hoeft niet per se te veranderen. Maar wat gebeurt er wanneer je de presentatie, het verhaal, de omgeving, de naamgeving en het ritueel eromheen opnieuw ontwerpt?
Een appel uit een krat blijft een appel. Maar laat iemand hem zelf plukken, vertel uit welke boomgaard hij komt, verbind hem aan een lokaal verhaal, maak de verpakking bijzonder en laat de gast er iets mee doen — en de ervaren waarde verandert.
Moet alles spectaculair zijn in de beleveniseconomie?
Niet ieder product hoeft dat te worden. En niet iedere ondernemer moet proberen viraal te gaan.
Beleving werkt vooral wanneer alle onderdelen elkaar versterken. Een los decorstuk kan gekunsteld voelen. Een duur ontworpen verpakking kan zelfs waarde vernietigen wanneer bediening, omgeving of productkwaliteit vervolgens tegenvallen.
Begin daarom niet bij: wat voor geks kunnen we bedenken? Begin bij: welk verhaal willen we dat onze gast beleeft?
Daarna bepaal je hoe eten, drinken, inrichting, personeel, souvenirs, activiteiten en communicatie datzelfde verhaal kunnen versterken.
Wat leert die wc-pot ons?
Die kleine wc-pot van Karls is eigenlijk een aardige meetlat voor iedere recreatieondernemer die met de beleveniseconomie aan de slag wil. Niet omdat iedereen nu eten uit sanitair moet gaan serveren, maar omdat hij laat zien hoeveel extra betekenis je rondom een heel eenvoudig product kunt bouwen.
Het bijzondere zit niet in het softijs. Niet eens in het keramische potje. Het bijzondere ontstaat doordat alles eromheen klopt.
Dan verandert een product in een belevenis. Een belevenis in een verhaal. Een verhaal in iets wat gasten willen delen.
En precies daar ontstaat de commerciële waarde van de beleveniseconomie. Of, iets minder bedrijfskundig geformuleerd: je kunt hetzelfde ijs verkopen, maar met een beetje creativiteit verkoop je er ineens een verhaal bij.
Wat verkoop jij eigenlijk — een product, of een ervaring?