Zeeland beperkt toeristische groei, maar welke discussie voeren we eigenlijk?

De provincie Zeeland wil verdere verstening van de kust voorkomen. Nieuwe verblijfsrecreatieve ontwikkelingen krijgen minder ruimte en de omzetting van campings naar vakantieparken moet worden afgeremd. Daarmee kiest Zeeland nadrukkelijk voor bescherming van landschap, open ruimte en diversiteit in het recreatieve aanbod.

Dat lijkt op het eerste gezicht een logische keuze. De Zeeuwse kust behoort tot de meest waardevolle landschappen van Nederland en niemand zit te wachten op een aaneenschakeling van vakantieparken langs de duinen. Toch bekroop mij tijdens het volgen van de discussie een andere gedachte: voeren we hier eigenlijk wel een debat over recreatie en toerisme? Of voeren we vooral een debat over vastgoed en ruimtelijke ordening?

Vrijwel alle aandacht gaat naar campings, vakantieparken, chalets en slaapplaatsen. Alsof de toekomst van de vrijetijdseconomie wordt bepaald door het aantal bedden dat een provincie telt. Dat is opmerkelijk, want recreatie en toerisme zijn aanzienlijk breder dan verblijfsrecreatie alleen.

Wanneer een inwoner gaat fietsen, een wandelroute gebruikt, een cultureel evenement bezoekt of een middag aan het water doorbrengt, is dat ook recreatie. Wanneer een dagbezoeker een museum bezoekt, een terras pakt of een boot huurt, levert dat eveneens economische waarde op. Toch lijkt het debat in Zeeland zich te beperken tot de vraag hoeveel verblijfsaccommodaties er nog mogen bijkomen.

Daarmee dringt zich een fundamentelere vraag op. Stel dat Zeeland besluit geen enkele nieuwe camping, vakantiewoning of recreatielocatie meer toe te staan. Betekent dat automatisch dat de vrijetijdseconomie niet meer kan groeien? Of zijn er andere manieren om meer maatschappelijke en economische waarde uit recreatie en toerisme te halen?

Ik denk daarbij aan het bredere toeristisch ecosysteem dat Zeeland te bieden heeft — en dat verder reikt dan vakantieadressen alleen. Fietsroutes, wandelnetwerken, watersportinfrastructuur, cultuurhistorische attracties, evenementen en horecaconcepten versterken niet alleen de aantrekkelijkheid voor toeristen, maar dragen ook bij aan leefbaarheid, gezondheid, sociale ontmoeting en het voorzieningenniveau van de inwoners. Juist in dat ecosysteem lijkt een groot deel van de werkelijke maatschappelijke waarde van recreatie en toerisme te liggen — en niet in het tellen van extra slaapplaatsen.

Dat brengt een meer wezenlijke vraag naar boven. Welke rol wil Zeeland eigenlijk dat recreatie en toerisme vervullen? Gaat het uitsluitend om economische opbrengsten uit verblijfsgasten? Of moeten recreatie en toerisme ook bijdragen aan bredere opgaven: leefbaarheid, gezondheid, natuurontwikkeling, erfgoedbehoud en brede welvaart?

De antwoorden op die vragen zijn belangrijker dan ze op het eerste gezicht lijken. Zodra recreatie en toerisme worden gezien als instrument voor meerdere beleidsdoelen, verandert ook de manier waarop naar investeringen wordt gekeken. Dan gaat het niet langer alleen over extra slaapplaatsen, maar over de kwaliteit van de leefomgeving, het gebruik van voorzieningen door eigen inwoners en de maatschappelijke opbrengst van vrije tijd — voor iedereen die in Zeeland woont of werkt.

Misschien is dat wel de discussie die Zeeland de komende jaren moet voeren. Niet hoeveel toeristen de provincie nog wil ontvangen, maar welke bijdrage recreatie en toerisme moeten leveren aan de toekomst van Zeeland als geheel. De discussie over campings en vakantieparken is daarin relevant, maar mogelijk slechts een klein onderdeel van een veel groter vraagstuk.

Over twee weken spreek ik opnieuw met ondernemers in Zeeland. Ik ben vooral benieuwd welke discussie zij herkennen. Gaat het volgens hen over toerisme? Over vastgoed? Over leefbaarheid? Of over de vraag hoe het toeristisch ecosysteem kan bijdragen aan de toekomst van de provincie?

Dat zijn vragen waarop ik nog geen definitief antwoord heb. Maar het zijn mogelijk precies de vragen die nu gesteld moeten worden.

Ondernemers of overheden die over dit onderwerp in gesprek willen, kunnen zich melden via de redactie van Leisure Magazine.