“We gaan vandaag een dagje uit in de gemeente X.” Zei geen toerist ooit.
Mensen zeggen iets anders. Ze gaan naar de Efteling, wandelen in de duinen, fietsen over de Veluwe, varen in Friesland, naar het strand in Zeeland of een weekend naar Zuid-Limburg. Soms is één plek de bestemming. Soms is een streek de bestemming. Maar vrijwel nooit is een gemeentegrens het vertrekpunt van hun keuze.
En toch organiseren we recreatie en toerisme in Nederland vaak nog alsof die gemeentegrens voor de bezoeker wél betekenis heeft.
Waarom is de gemeente wél belangrijk voor de sector?
Dat is begrijpelijk. Gemeenten maken beleid, stellen budgetten beschikbaar en zijn verantwoordelijk voor voorzieningen, openbare ruimte, vergunningen en leefbaarheid. Zonder gemeenten geen wandelpaden, fietsroutes, evenementenvergunningen, parkeerbeleid of investeringen in de kwaliteit van de omgeving. De gemeente doet er dus zeker toe.
Alleen: de gast denkt anders.
Hoe kiest een bezoeker eigenlijk zijn bestemming?
Een bezoeker kiest geen bestuurslaag. Een bezoeker kiest een ervaring. Een attractie, natuurgebied, binnenstad, museum, evenement, hotel, camping, restaurant of route. Daarna ontstaat vanzelf een groter speelveld. Wie ergens overnacht, zoekt ook een terras, een daguitstapje, een fietsroute, een markt, een zwemlocatie of een museum in de omgeving. Die omgeving stopt zelden bij de gemeentegrens.
Voor inwoners geldt eigenlijk hetzelfde. Zij leven hun vrije tijd niet binnen bestuurlijke lijnen. Ze sporten in de ene gemeente, wandelen in de andere, doen boodschappen elders en pakken een terras waar het gezellig is. De inwoner kent de gemeente als loket, belastingheffer en politieke bestuurslaag. Maar voor ontspanning, ontmoeting en beleving kijkt hij er vaak overheen.
Welke kansen laten we liggen door in grenzen te denken?
Daar zit een belangrijke les voor de vrijetijdssector.
Als we recreatie en toerisme alleen organiseren vanuit bestuurlijke grenzen, missen we kansen. Kansen om bezoekers langer vast te houden. Kansen om bestedingen beter te spreiden. Kansen om inwoners meer kwaliteit van leven te bieden. En kansen om ondernemers met elkaar te verbinden in een gebied dat voor de gast logisch voelt, maar bestuurlijk uit meerdere onderdelen bestaat.
Betekent regionaal denken dat lokale identiteit verdwijnt?
Dat betekent niet dat lokale identiteit minder belangrijk wordt. Integendeel. Sterke plekken maken sterke bestemmingen. Een dorp, stad, kasteel, natuurgebied, attractie of evenement kan de reden zijn waarom iemand vertrekt. Maar de waarde ontstaat pas echt wanneer die plek verbonden wordt met de omgeving.
De locatie trekt de bezoeker. De bestemming houdt hem langer vast. De overheid maakt het mogelijk.
Wat is dan de echte vraag: lokaal of regionaal?
Daarom is de vraag niet of we moeten kiezen tussen lokaal of regionaal. Die tegenstelling is te simpel. De echte vraag is: hoe verbinden we sterke lokale identiteiten tot een bestemming die klopt voor de bezoeker én waarde oplevert voor inwoners?
Nederland is te klein om toeristisch te denken in kleine bestuurlijke vakjes, maar groot genoeg om bezoekers te laten verdwalen in verscheidenheid. Juist daarom hebben we samenwerking nodig. Niet als bestuurlijk doel op zich, maar als voorwaarde voor een betere gastbeleving.
Wie door de ogen van de gast kijkt, ziet geen grenzen. Die ziet routes, verhalen, landschappen, dorpen, steden, water, natuur, horeca, cultuur en ontmoetingen.
Misschien moeten we daar vaker beginnen.